Column

Contact

Ons bezoekadres:
Nieuwe Kijk in 't Jatstraat 68
Groningen

Ons contactadres:
Secretariaat instituut ISW
Kina Wiersema
Grote Kruisstraat 2/1
9712 TS Groningen

tel. +31 (0)50 - 363 69 17
fax +31 (0)50 - 363 63 04
h.r.wiersema@rug.nl

Diversiteit op scholen: ‘mengen’ omdat het moet?

Zomaar wat krantenkoppen van de laatste tijd: ‘Allochtone kinderen niet gebaat bij witte klas’. ‘Hollands kind blijft achter’. Paul Scheffer sprak het 11 jaar geleden voor het eerst uit in zijn essay ‘Het multiculturele drama’. In datzelfde jaar kwamen de onderzoekers David Rusk en Dick Frieling tot de conclusie dat het Nederlandse onderwijs meer gesegregeerd is dan het openbare onderwijs in de Verenigde Staten. Inmiddels praten vele politici hen na: ‘Het integratiebeleid is mislukt’. In een recent interview met het Volkskrant Magazine spreekt vice-premier Maxime Verhagen zich scherp uit. Hij stelt dat we al 20 jaar geleden afscheid hadden moeten nemen van het streven naar een multiculturele samenleving. “De mensen herkennen zich niet meer in Nederland, en dat geldt voor beide kanten.”

Het lijkt wel alsof de multiculturele samenleving verder weg is dan ooit. Ondanks inspirerende activiteiten van meesters en juffen, goede initiatieven van overheden en maatschappelijke organisaties, heftige debatten en geleerde adviezen heerst er onvrede en teleurstelling. Groeiende onvrede bij ambitieuze allochtone ouders die het gevoel hebben tegen een onzichtbare muur aan te lopen als ze hun kinderen willen aanmelden op een kwalitatief goede, ‘witte’ school. Onvrede ook bij ouders uit lagere ‘autochtone’ milieus die vinden dat er te weinig aandacht is voor de achterstand van hun kinderen. Maatschappelijk betrokken ‘witte’ ouders die hun kind graag naar een meer gemengde school zien gaan, merken tot hun teleurstelling dat de meeste scholen in grote steden erg eenzijdig samengesteld zijn: ofwel ‘wit’, ofwel ‘zwart’. Teleurstelling is er ook bij stadsbestuurders, schoolleiders en docenten over de moeizame strijd tegen taalachterstand, voortijdig schoolverlaten en segregatie. Maxime Verhagen lijkt gelijk te hebben als hij zegt dat ‘niemand tevreden is’.Naast teleurstelling over de gebrekkige vooruitgang, is er ook sprake van verwarring. Verwarring over ‘wat werkt’. Hoe slaag je erin om integratie te bevorderen en tegelijk de onderwijskwaliteit te verbeteren? Moeten we ons richten op ‘menging’, of kunnen we ons beter focussen op kwaliteitsverbetering van zwakke scholen? Helpt het om een postcodebeleid te hanteren bij de aanmelding voor de basisschool – en is dat wel te rijmen met  de ‘vrijheid van schoolkeuze’ die Nederland kent?Die verwarring werd nog groter, toen Professor Jaap Dronkers vorig jaar tijdens zijn Inaugurele rede als hoogleraar in Maastricht uitsprak dat ‘menging’ een aantoonbaar negatief effect heeft op de leerprestaties van leerlingen. Volgens hem presteren15-jarige leerlingen van scholen met een grote etnische diversiteit minder goed dan vergelijkbare leerlingen van ‘homogene’ scholen. Dat geldt zowel voor allochtone als voor autochtone leerlingen.Eind juni van dit jaar werden deze beweringen weerlegd door dr Lex Herweijer van het SCP.  Dronkers baseerde zijn conclusies op buitenlandse gegevens over het voortgezet onderwijs (omdat volgens hem Nederlandse gegevens ontbraken), en paste deze toe op Nederlandse basisscholen. Herweijer bestudeerde gegevens van zowel Nederlandse basisscholen als van het voortgezet onderwijs. Hij ontdekte slechts heel beperkte (positieve en negatieve) effecten van de schoolsamenstelling op leerprestaties van leerlingen. Veel meer invloed heeft het opleidingsniveau van de (eigen) ouders en – in het voortgezet onderwijs – de schoolsoort waarop het kind zit. Hij concludeert dan ook dat het “onwaarschijnlijk (is) dat de leerprestaties van leerlingen op zwarte scholen te lijden zullen hebben onder initiatieven om meer autochtone Nederlandse leerlingen naar deze scholen te lokken. Vanwege de waarschijnlijke stijging van het gemiddelde opleidingsniveau van ouders waarmee dat gepaard kan gaan, verwachten we eerder enig positief effect. De verwachtingen daarvan moeten niet te hooggespannen zijn.”Dus toch maar ‘mengen’? Baat het de integratie niet, dan schaadt het in ieder geval de leerprestaties niet. Wat is eigenlijk de drijfveer achter maatschappelijke integratie? Integratie wordt niet alleen nagestreefd vanuit een ideaal van maatschappelijke en culturele diversiteit, maar ook vanuit maatschappelijke ambities. Integratie als ‘motor voor maatschappelijke mobiliteit’. Teleurstelling ontstaat door onuitgesproken, hoge verwachtingen. Mengen is een ‘groepsgerichte’ maatregel, waar ouders vervolgens verwachtingen aan ontlenen voor hun individuele kind. De vraag is: hoe ‘maakbaar’ is de samenleving?Precies over dit thema bracht de Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) dit voorjaar een advies uit met de titel ‘Nieuwe ronde, nieuwe kansen’. Het advies gaat uit van de premisse dat sociale mobiliteit leidt tot een rechtvaardiger samenleving waarin individuen niet worden beoordeeld op hun sociale afkomst, maar op hun individuele merites. Sociale mobiliteit zorgt voor een optimale benutting van het aanwezige talent in een samenleving.

Dit gezegd hebbend, waarschuwt de RMO voor een te comfortabel geloof in sociale stijging. “De belofte van voortdurende en onbelemmerde sociale stijging in een open samenleving is minder vanzelfsprekend dan wellicht gedacht.” Hoewel er veel bereikt is, ontstaan er gaandeweg nieuwe structuren die sociale stijging belemmeren. De voornaamste motor voor stijging, het onderwijs, zorgt ook voor een nieuwe scheiding in de samenleving, zodra mensen worden ‘afgemeten’ aan hun opleidingsniveau. Bovendien constateert de RMO: “Stijging is maar een deel van het verhaal. In een open samenleving is daling ten opzichte van de ouders een reële mogelijkheid en is het de uitdaging om iedereen, ongeacht het bereikte opleidingsniveau, perspectief te geven op talentontwikkeling, waardering en invloed.“Teleurstellingen, onvrede, verwarring over ‘wat werkt’, ongebreidelde verwachtingen over sociale stijging: wat betekent dit voor het integratiebeleid? Moeten we verder met meer ‘mengen’ in het onderwijs?Gezien alle teleurstelling en verwarring wordt het inderdaad tijd dat het roer om gaat. Tot nu toe zijn de meeste maatregelen gericht geweest zijn op emancipatie en menging van ‘groepen’. Die maatregelen gingen gepaard met hoge verwachtingen over positieve individuele effecten. De tijd lijkt gekomen om deze ‘groepsbenadering’ te verlaten – zeker nu een partij als de PVV tot in de derde generatie groepen wil blijven onderscheiden.Het lijkt verstandiger om het vizier meer te richten op maatregelen die recht doen aan individuele mogelijkheden en kansen. Niet langer moeten we ons uitsluitend richten op ‘zorgleerlingen’ of op ‘slachtoffers’  van segregatie. Het gaat er eerder om recht te doen aan de talenten van alle leerlingen, met of zonder ‘een kleurtje’, met of zonder taalachterstand, met of zonder sociaal-economische achterstand.Aansluitend bij de conclusies van de RMO pleit ik voor meer aandacht voor individuele talentontwikkeling en excellentie, meer ruimte voor het ‘stapelen’ van opleidingen, en voor activiteiten die individuele jongeren helpen om, ook buiten schooltijd, bij te spijkeren: huiswerkhulp, weekendschool, zomerschool. ‘Mengen’ van scholen en klassen wordt in dat geval eerder een gevolg van ‘recht doen aan talenten’ dan een vooropgezet doel. Deze benaderingswijze zou ons kunnen verlossen van de maatschappelijke kramp om ‘sociale mobiliteit voor allen’ te propageren. Dat dat een illusie is, weten we inmiddels wel…
 
 
Pieter Hettema
Publiek Leiderschap BV

Agenda

mei 2013
M D W D V Z Z
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031EC

Aanmelden nieuwsbrief

Naam:
Email: